Ciné-ONU De Wilde Noordzee benadrukt de urgentie van oceaanbescherming

“Veel mensen kennen de Noordzee alleen als een grote, bruine kom soep”, zei filmmaker Peter van Rodijnen, verwijzend naar de kleur van het water.  Hij legde uit dat het doel van zijn documentaire De Wilde Noordzee  is om “wat liefde te creëren” en waardering te wekken voor het opmerkelijke leven onder het wateroppervlak, en de bescherming ervan. 

Van Rodijnen sprak tijdens een Ciné-ONU-vertoning van zijn film  in Cinema Vendôme in Brussel. Het evenement werd georganiseerd door het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties (UNRIC), in samenwerking met het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken. 

De bijeenkomst vond plaats voor de Dag van de Verenigde Naties (24 oktober) en  in de aanloop naar de  VN-Waterconferentie van 2026 (8-10 december). Terugblikkend op de zeven jaar die hij aan de opnames besteedde, merkte van Rodijnen op dat de Noordzee voortdurend verandert. Als voorbeeld wees hij op verschuivingen in de aanwezigheid van verschillende soorten. 

Na de filmvertoning volgde een panelgesprek over oceaanbescherming, marien onderzoek en internationale samenwerking. Naast van Rodijnen namen Vera Coelho, uitvoerend directeur en vicepresident van Oceana in Europa; Jan Mees, algemeen directeur van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ); en Nicolas Galudec, senior beleidsadviseur bij het Brusselse kantoor van het VN-Milieuprogramma (UNEP), deel aan het panel. Marian Blondeel van UNRIC modereerde het gesprek. 

Duurzame visserij 

Coelho van Oceana stelde dat vooruitgang op het gebied van duurzame visserij mogelijk blijft, mits aan drie voorwaarden wordt voldaan: de visserij moet binnen de grenzen van het ecosysteem blijven; kwetsbare soorten en leefgebieden moeten in de praktijk worden beschermd, en niet alleen op papier; en transparantie, traceerbaarheid en verantwoordingsplicht moeten de basis vormen voor besluitvorming en visserijbeheer. 

Marien onderzoek 

Mees, algemeen directeur van het VLIZ, beschreef een “dubbele technologische revolutie” in de mariene wetenschap: de ene wordt aangedreven door robotica, de andere door sensorsystemen. Dankzij die instrumenten kunnen onderzoekers “bijna realtime resultaten over mariene ecosystemen” verzamelen, waardoor wetenschappelijke kennis sneller bij beleidsmakers terechtkomt en zo een beleid kan helpen vormen dat op feiten is gebaseerd. 

Een kwetsbaar evenwicht 

UNEP’s Galudec omschreef mariene ecosystemen als een delicaat evenwicht waarin soorten, leefgebieden en menselijke activiteiten nauw met elkaar verweven zijn. “De bescherming van dat evenwicht is essentieel voor zowel de natuur als de mens,” zei hij. 

De senior beleidsadviseur ging ook in op recente inspanningen om het beheer van de oceanen te versterken via internationale samenwerking, waaronder de lopende VN-biodiversiteitsconferentie (COP17) en het Verdrag inzake de Volle Zee. Dat verdrag heeft als doel de mariene ecosystemen te beschermen en in stand te houden, van onze kustlijnen tot in de diepere oceanen. 

Eén oceaan 

Jan Mees onderstreepte het belang van gezamenlijke actie door te spreken over het concept van “één oceaan”. Net zoals ecosystemen wereldwijd met elkaar verbonden zijn, vereist ook hun bescherming volgens hem sterke internationale samenwerking. Omdat de oceaan één samenhangend geheel vormt, is multilaterale samenwerking onmisbaar: van wetenschappelijke netwerken tot de ontwikkeling en uitvoering van internationale overeenkomsten. 

De deelnemers waren het erover eens dat oceaanbescherming een combinatie vereist van wetenschap, doeltreffend beleid, maatschappelijke betrokkenheid en internationale samenwerking. Daarmee sloten zij aan bij de visie van van Rodijnen, die met zijn film meer liefde voor de Noordzee wil creëren. 

“Blijf nieuwsgierig en blijf betrokken”, zei Vera Coelho van Oceana tot slot tegen het publiek.

Meest recent