Europese burgers hebben het steeds moeilijker om online betrouwbare informatie te onderscheiden van misleidende inhoud. Informatie-integriteit, waaronder de strijd tegen mis- en desinformatie, is een van de topprioriteiten van de Verenigde Naties. Daarom nam UNRIC contact op met maatschappelijke organisaties in de Benelux die mis- en desinformatie tegengaan.
Drie deskundigen van het EDMO-netwerk (European Digital Media Observatory) beantwoordden onze vragen om beter te begrijpen waarom informatie-integriteit onder druk staat en wat we daaraan kunnen doen. EDMO is een netwerk van onafhankelijke, door de EU medegefinancierde initiatieven dat in juni 2020 werd gelanceerd om online desinformatie te bestrijden. Het bevordert samenwerking tussen factcheckers, academische onderzoekers, experts in mediageletterdheid, mediaorganisaties en andere relevante actoren in heel Europa.
De organisatie werkt via een netwerk van 15 hubs in 27 landen van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EER) (Moldavië, Noorwegen, Oekraïne). Het gaat om onafhankelijke instanties die op lokaal en regionaal niveau samenwerken rond onderzoek naar mis- en desinformatie, factchecking en initiatieven voor mediageletterdheid.
EDMO BELUX omvat België en Luxemburg, onder leiding van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en UCLouvain Saint-Louis Bruxelles. BENEDMO is verantwoordelijk voor België en Nederland, met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid als coördinerende instelling.
Bedreigingen voor informatie-integriteit in de Benelux
Mis- en desinformatie kennen geen grenzen en foute informatie verspreidt zich wereldwijd, bijvoorbeeld over klimaatverandering, gezondheid, financiële thema’s zoals cryptovaluta, maar ook over de politiek van de Europese Unie, de oorlog in Oekraïne en artificiële intelligentie. In 2025 voerde BENEDMO gericht onderzoek naar gezondheidsdesinformatie. “We waren verrast dat veel artsen patiënten ontvangen die medisch advies halen uit TikTok-video’s of van andere socialemediaplatformen”, zegt BENEDMO-partner Ferre Wouters, wetenschappelijk medewerker bij het Lab voor Media, Informatie and Bëinvloeding van de KU Leuven en hoofdredacteur van Factcheck.Vlaanderen. Over verkiezingsinmenging is hij duidelijk: “Een groot en positief verschil is dat we in België en Nederland geen campagnes zien die onze verkiezingen proberen te beïnvloeden, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is in Roemenië”.
“In Luxemburg zijn er mogelijk meer lokale politieke thema’s die het onderwerp zijn van desinformatie in het Luxemburgs”, legt Trisha Meyer uit, hoofdonderzoeker bij EDMO BELUX en universitair hoofddocent Digitaal Bestuur en Participatie aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze maakt een belangrijk onderscheid: “We mogen iets niet als desinformatie bestempelen als het om een politieke mening gaat, om de vrijheid van meningsuiting te respecteren. Het moet om verifieerbaar valse informatie gaan die trending is om het als een bedreiging te beschouwen.”
Actoren die mis- en desinformatie verspreiden in de Benelux
Desinformatie wordt om uiteenlopende redenen verspreid. Politieke of geopolitieke motieven drijven staats- en politieke actoren, onder meer uit Rusland, Iran en Israël.
Commerciële netwerken gebruiken desinformatie ook als ‘verdienmodel’. Een toenemend aantal AI-gestuurde oplichtingspraktijken surft mee op de hype rond bitcoin en cryptovaluta. Ferre Wouters spreekt van “een golf van AI-slop: oplichting op sociale media met behulp van deepfakes die zijn ontworpen om mensen te misleiden zodat ze klikken en betalen”.
Ten slotte bestaat er een derde, brede groep van gewone burgers die het gewoon grappig vinden, legt Michaël Opgenhaffen uit, BENEDMO-partner, universitair hoofddocent digitale media en journalistiek aan de KU Leuven en medeoprichter van Factcheck.Vlaanderen. “Sommige mensen verspreiden desinformatie omdat het werkt en ze viraal willen gaan”.
Nemen fake news en leugens de bovenhand?
De experts zijn het erover eens dat fake news zich zeer snel kan verspreiden en overweldigend kan aanvoelen, maar dat deze vorm van nieuws geen vervanging is voor betrouwbare informatie. Michaël Opgenhaffen waarschuwt voor dramatische uitspraken dat “desinformatie zich veel sneller verspreidt dan betrouwbare of correcte informatie”. Volgens hem zijn mis- en desinformatie een reëel probleem, maar wordt dit vaak overdreven: “Het overgrote deel van het nieuws is nog steeds betrouwbaar en relevant.”
Trisha Meyer koppelt dat aan de manier waarop mensen tegenwoordig informatie consumeren. “Leven we in een tijd van informatie-overload? Zeker”, zegt ze, en AI maakt het bovendien nog moeilijker om te bepalen wat echt is. Maar het evenwicht hangt volgens haar af van “het individuele mediadieet van internetgebruikers”.
De grootste risico’s: wantrouwen, verwarring en toenemende kwetsbaarheid
Trisha Meyer beschrijft een fragiele informatieomgeving waarin verschillende trends elkaar versterken: “Het is deze combinatie van nieuws-overload, nieuwsvermijding en de hyperpersonalisering van onze feeds die een maatschappelijke kwetsbaarheid creëert, die vervolgens gemakkelijk kan worden uitgebuit.”
Voor Michaël Opgenhaffen is het meest schadelijke effect de langzame erosie van vertrouwen, die veel verder reikt dan individuele valse claims: “Er heerst vandaag een zeker wantrouwen tegenover professionele journalistiek, academisch en wetenschappelijk nieuws, maar ook tegenover berichten van internationale gezondheidsorganisaties. Er is een groeiend gevoel dat we eigenlijk niets meer kunnen vertrouwen en dat we niet meer weten wat waar is en wat niet.”
Zijn collega Ferre Wouters wijst op een ander probleem dat vaak minder aandacht krijgt: valse informatie heeft niet voor iedereen hetzelfde effect. Hij stelt dat “we ons ook moeten richten op hoe desinformatie zich verspreidt binnen kwetsbare groepen.”
De meest succesvolle campagnes van BENEDMO en EDMO BELUX
Een succesvol voorbeeld van het werk van BENEDMO was de Fact-Check Marathon in de aanloop naar de Belgische en Europese verkiezingen van 2024. “We hebben allerlei politieke informatie tijdens die campagneperiode opgevolgd en gefactcheckt”, legt Ferre Wouters uit. Ze publiceerden in totaal meer dan 50 factchecks. “Het ging niet alleen om de hoeveelheid, maar ook om zichtbare correcties in het verkiezingsdebat.” De marathon bereikte met succes een jong publiek: na een ondervraging bij zo’n 100 à 150 jongeren (18-30) stelde BENEDMO vast dat de Fact-check Marathon effect had op zowel bereik als leerimpact binnen die doelgroep.
Voor EDMO BELUX staat succes ook voor het bereiken van zeer uiteenlopende doelgroepen. Trisha Meyer wijst op twee lopende bewustmakingscampagnes met mediapartners: “RTBF bereikt jongeren, met name op sociale media”, terwijl “RTL heeft gekozen voor het andere spectrum, de leeftijdsgroep 65+”, door een bekende Luxemburgse publieke figuur in te zetten om praktische “tips, trucs en hulpmiddelen” te delen om met de informatie-overvloed en online veiligheid om te gaan.
De nood aan Europese transnationale samenwerking
De deskundigen benadrukken dat grensoverschrijdende samenwerking cruciaal is, omdat mis- en desinformatie zich verspreiden over landen en talen “zonder digitale grenzen”, zoals Ferre Wouters het uitdrukt. Michaël Opgenhaffen voegt hieraan toe dat niet alleen dezelfde verhalen rondgaan, maar ook “onderwerpen die gelokaliseerd worden, waarbij een boodschap wordt overgebracht naar de lokale context van een nieuw land of een nieuwe regio”.
Volgens de deskundigen bestaat de veiligste manier om mis- en desinformatie te vermijden erin om meerdere informatiebronnen te combineren, waaronder traditionele media, in plaats van te vertrouwen op één enkel platform of één nieuwsfeed. Daarom is investeren in journalistiek en betalen voor abonnementen belangrijker dan ooit, om toegang te krijgen tot betrouwbaar en kwaliteitsvol nieuws.