De 30e Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP30) is van start gegaan in Belém, Brazilië, net nu nieuwe rapporten van het VN-Milieuprogramma tonen dat het internationale klimaatbeleid ver achterblijft op wat echt nodig is.
COP30 vindt plaats na twee jaren waarin de wereld te maken kreeg met recordtemperaturen en een aanhoudende stijging van de uitstoot van broeikasgassen.
Tegelijkertijd staan de internationale relaties, die cruciaal zijn voor klimaatsamenwerking, onder druk door oorlogen, economische spanningen en verdeelde visies op de toekomst van het mondiale energiesysteem.
“Deze conferentie zou wel eens tot de belangrijkste klimaattoppen van het afgelopen decennium kunnen behoren,” zegt Ruth Do Coutto, adjunct-directeur van de afdeling Klimaatverandering bij het VN-Milieuprogramma. “Het lijdt geen twijfel dat de obstakels groot zijn.”
Van minder uitstoot tot bescherming van bossen, en van meer geld voor klimaataanpassing en voor betere waarschuwingssystemen: in Belém liggen zes grote vragen op tafel.
1. Hoe voorkomen we een oncontroleerbare opwarming van de aarde?
Ondanks bepaalde vooruitgang, blijven de nieuwste nationale klimaatplannen ver achter op wat nodig is om de ergste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen.
Het rapport van het UNEP over broeikasgasemissies voor 2025, gepubliceerd aan de vooravond van COP30, toont aan dat de huidige afspraken zullen leiden tot een opwarming van 2,3 tot 2,5 °C tegen het einde van de eeuw vergeleken met het pre-industriële tijdperk. Toen het Akkoord van Parijs in 2015, tijdens de COP21, werd aangenomen, verbonden landen zich ertoe deze stijging onder 1,5 °C te houden.
Helaas is het heel waarschijnlijk dat we, bij gebrek aan voldoende maatregelen, in het komende decennium de 1,5 °C zullen overschrijden. De prioriteit bestaat er nu in om de omvang en de duur van die temperatuurstijging te beperken.
2. Hoe kunnen gemeenschappen zich beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering?
Net als de eerdere COP’s zal ook de COP in Belém zich richten op de manier waarop landen zich kunnen voorbereiden op extreme weersomstandigheden en de stijging van de zeespiegel door klimaatverandering.
Ontwikkelingslanden zullen tot 2035 meer dan 310 miljard dollar per jaar nodig hebben om zich aan die klimaatgevolgen aan te passen. Volgens het rapport van UNEP over aanpassing aan klimaatverandering uit 2025 hebben zij momenteel slechts toegang tot een fractie van dit bedrag.
Investeren in voorbereiding is niet alleen de juiste stap vooruit, het is ook rendabel. Elke dollar die naar vroegtijdige waarschuwingssystemen gaat, kan tot vijftien dollar besparen dankzij schade die we zo voorkomen. De belofte die tijdens COP26 van Glasgow werd gemaakt om de financiering voor adaptatie te verdubbelen, loopt dit jaar af. Het is daarom van cruciaal belang dat COP30 een nieuwe geloofwaardige mondiale doelstelling voor de financiering van aanpassingsmaatregelen vaststelt.
3. Hoe een belofte van een biljoen dollar nakomen?
In de aanloop naar COP30 hebben Azerbeidzjan, gastland van COP29, en Brazilië een stappenplan voorgesteld dat voorziet in 1,3 biljoen dollar jaarlijkse klimaatfinanciering tegen 2035 om de strijd tegen klimaatverandering in ontwikkelingslanden te financieren tot 2035.
De schaarse overheidsmiddelen moeten worden gebruikt om op grote schaal privékapitaal aan te trekken voor de financiering van mitigatie- en adaptatiemaatregelen in ontwikkelingslanden. Ontwikkelde landen moeten het goede voorbeeld geven door multilaterale ontwikkelingsbanken te hervormen, doeltreffende oplossingen voor de schuldenlast aan te bieden en instrumenten te ontwikkelen die op grote schaal privéinvesteringen aantrekken.
4. Welke creatieve oplossingen kunnen de klimaatcrisis bestrijden?
COP30 zal de aandacht vestigen op de afspraken rond verschillende innovatieve initiatieven die klimaatverandering bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn “Beat the Heat Implementation Drive ( “Bestrijd de hitte”)”, geleid door Brazilië, en de Cool Coalition onder leiding van UNEP. Dat initiatief wil lokale oplossingen tegen extreme hitte ondersteunen en het gebruik van duurzame koeloplossingen (koele daken, stedelijke groene zones, vroegtijdige waarschuwingssystemen) ontwikkelen.
UNEP zal ook het Food Waste Breakthrough-programma lanceren, een vijfjarenplan voor overheden, steden, voedselbedrijven en belanghebbenden. Het programma wil voedselverspilling halveren door te voorkomen dat voedselafval op stortplaatsen terechtkomt. Daardoor kan de wereldwijde uitstoot van methaan, een heel krachtig broeikasgas, tot 7 % worden verminderd.
Ten slotte is er de Tropical Forest Forever Facility, een mechanisme dat landen beloont voor het behoud van hun bossen via gemengde financiering. In samenwerking met het juridische REDD+-programma kan dit meer dan de helft van de benodigde middelen opleveren om de tropische bossen in de wereld en de gemeenschappen die daarvan afhankelijk zijn te beschermen.
5. Hoe kunnen we zorgen voor een eerlijke en inclusieve transitie?
De economische voordelen van klimaatmaatregelen waren nog nooit zo groot: hernieuwbare energiebronnen leveren de goedkoopste elektriciteit ter wereld en stellen landen in staat hun economie te beschermen tegen de volatiliteit van de fossiele brandstofmarkten, terwijl ze tegelijkertijd banen creëren, de groei bevorderen en de gezondheid verbeteren.
De bestrijding van klimaatvervuilende stoffen met een korte levensduur, zoals methaan, de op één na grootste veroorzaker van klimaatopwarming na koolstofdioxide, kan de wereldwijde temperatuurstijging beperken, luchtvervuiling tegengaan en de inspanningen voor de overgang naar een koolstofvrije economie aanzienlijk ondersteunen tegen heel lage kosten, vooral in de olie- en gassector.
Daarnaast moet ook gegarandeerd worden dat werknemers, kwetsbare gemeenschappen die getroffen worden door klimaatverandering en regio’s die afhankelijk zijn van koolstofintensieve industrieën niet achterblijven.
COP30 zal zich moeten uitspreken over het voorstel voor het Belém Action Mechanism for Just Transition (“Belém-actiemechanisme voor een rechtvaardige transitie”). Dat werk zal helpen bepalen hoe regeringen en de privésector mensen centraal stellen in nationale en sectorale transities. Dit omvat jobcreatie, werknemersopleidingen en diversificatiestrategieën in klimaatplanning en -investeringen.
6. Hoe herstellen we het momentum van Parijs?
Toen het Akkoord van Parijs in 2015 werd aangenomen, ontstond de hoop dat de mensheid de trend van klimaatverandering zou kunnen omkeren. Zonder dit akkoord zouden we afstevenen op een opwarming van 3 tot 3,5 °C. Vandaag zitten we eerder op 2,3 tot 2,5 °C. Maar zelfs een paar paar graden extra kunnen een verwoestend effect hebben op miljarden mensen wereldwijd.
Daarom zeggen velen dat COP30 de geest van de historische COP21 van 2015 in Parijs nieuw leven moet inblazen door een “decennium van actie” te lanceren waarin klimaatverplichtingen worden omgezet in concrete maatregelen in de praktijk.
“Er is nog tijd voor de mensheid om de ergste gevolgen van de klimaatverandering te voorkomen”, meent Ruth Do Coutto. “Maar we moeten nu handelen, en we moeten vastberaden optreden, zoals we dat tien jaar geleden hebben gedaan.”