Deze week, op 8 maart, vieren we Internationale vrouwendag, met als thema “Rechten. Rechtvaardigheid. Actie. Voor ALLE vrouwen en meisjes.” De oproep is duidelijk: discriminerende wetten en schadelijke sociale normen moeten worden afgeschaft.
“Wereldwijd beschikken vrouwen slechts over 64 procent van de wettelijke rechten die mannen genieten. Ook waar bescherming bestaat, ondervinden vrouwen grotere hindernissen om toegang te krijgen tot rechtsbijstand of de rechter”, schreef VN-Secretaris-Generaal António Guterres in een boodschap voor die dag.
Ervoor zorgen dat elk land zich ertoe verbindt discriminerende wetten af te schaffen en rechten in de praktijk te handhaven, is de kern van het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (CEDAW), dat in 1979 door de Algemene Vergadering van de VN werd aangenomen.
Om te bespreken wat dit concreet inhoudt, spraken we met Corinne Dettmeijer-Vermeulen, vicevoorzitter van het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen (CEDAW-Comité) voor de termijn 2025-2028, een orgaan van 23 onafhankelijke deskundigen inzake vrouwenrechten uit de hele wereld dat toezicht houdt op de uitvoering van CEDAW.
Nu u uw nieuwe termijn van vier jaar ingaat, wat zijn uw prioriteiten om ervoor te zorgen dat alle vrouwen en meisjes hun rechten ten volle kunnen uitoefenen?
Wat ik het belangrijkste vind, is de zichtbaarheid van het Verdrag. Vrouwen en meisjes moeten weten wat hun rechten zijn. 189 landen (Verdragsstaten) hebben het Verdrag geratificeerd, waardoor CEDAW het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag is. Dit moet zich vertalen in zichtbaarheid en toegang tot justitie.
Wat doet het CEDAW-comité voor vrouwen en meisjes wereldwijd?
Het CEDAW-comité boekt tastbare resultaten voor vrouwen en meisjes over de hele wereld via het toezicht op de verdragspartijen, algemene aanbevelingen en het werk via het Facultatief Protocol.
Dankzij dat Protocol kan het CEDAW-Comité klachten van individuen of groepen ontvangen en onderzoeken opstarten wanneer zij denken slachtoffer te zijn van een schending van het verdrag.
Misschien komt het door mijn achtergrond als rechter, maar ik ben van mening dat we meer tijd en moeite moeten steken in individuele communicatie, omdat verhalen over individuele schendingen toegankelijker zijn voor het publiek.

Tijdens uw vorige ambtstermijn was u voorzitter van de Werkgroep Communicatie, die individuele schendingen van het CEDAW-Verdrag onderzocht. Wat heeft u van deze zaken geleerd?
Ik heb enorm genoten van dat werk en ik vind het ontzettend belangrijk. Ik heb geleerd dat er veel verschillen zijn in de manier waarop staten omgaan met bijvoorbeeld de bescherming van vrouwen tegen gendergerelateerd geweld en in de mogelijkheden die vrouwen in hun land hebben om toegang te krijgen tot het rechtssysteem.
Waar kunnen we vooruitgang boeken om gelijke toegang tot het rechtssysteem voor vrouwen en meisjes te realiseren?
We zien dat in veel landen de wetgeving is opgesteld vanuit een mannelijk perspectief. Het strafrecht richt zich bijvoorbeeld voornamelijk op de dader. In gevallen van femicide en geweld tegen vrouwen betekent dit vaak dat de gegevens geen weerspiegeling zijn van het werkelijke percentage vrouwen dat slachtoffer is of is geweest. En we hebben gegevens nodig om de volledige omvang van het probleem in kaart te brengen.
Het Comité heeft Nederland bijvoorbeeld na het “constructieve overleg” op 6 februari 2026 aanbevolen om een genderresponsief wetgevingskader inzake huiselijk geweld vast te stellen, waarin huiselijk geweld wordt erkend als een sterk gendergerelateerd fenomeen.
Die constructieve dialogen zijn besprekingen waarbij wij als onafhankelijke deskundigen van het Comité samen met vertegenwoordigers van de regering bekijken hoe hun land het Verdrag implementeert en beoordelen in hoeverre zij hun verplichtingen nakomen.
Wat is uw boodschap aan jonge meisjes die een carrière in de rechterlijke macht en/of de internationale (juridische) sector ambiëren?
Het recht raakt elk aspect van ons dagelijkse leven. Mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, moeten stevig verankerd zijn in de nationale wetgeving. Toch is dat nog niet overal het geval en dat blijft een grote uitdaging op zowel nationaal als internationaal niveau.
Hier kan jij het verschil maken. De wet is niet alleen krachtig in individuele gevallen, waar het één leven kan veranderen, maar ook op een meer abstract niveau, waar het blijvende verandering voor velen kan teweegbrengen.
Het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (CEDAW) verplicht 189 verdragsluitende staten om discriminatie van vrouwen in het openbaar en in het privéleven, met inbegrip van werkgelegenheid, onderwijs en politiek, uit te bannen en gelijkheid voor de wet te waarborgen. Om de vier jaar dienen de Verdragspartijen een verslag in over de uitvoering van het Verdrag bij het CEDAW-Comité.
Begin februari heeft het Koninkrijk der Nederlanden een “examen” afgelegd en later die maand heeft het CEDAW-Comité zijn op maat geschreven aanbevelingen ( “concluding observations”) geformuleerd. Zo heeft het CEDAW-Comité het Koninkrijk der Nederlanden onder meer geadviseerd om gedwongen prostitutie en sekswerk bij minderjarigen te voorkomen en bestrijden, de toegang tot exitprogramma’s voor vrouwen en meisjes die uit sekswerk willen stappen te vereenvoudigen, sneller betaalbare kinderopvang in te voeren en de toegang tot veilige abortusdiensten in het hele Koninkrijk te verbeteren.