Internationale rechtspraak: twee weken van hoorzittingen over de klimaatverplichtingen van staten

Van 2 tot 13 december namen 96 landen en 11 regionale organisaties deel aan historische openbare hoorzittingen in het Internationaal Gerechtshof (ICJ).

Ze zetten hun standpunt uiteen over het verzoek van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 29 maart 2023. Dat verzoek beoogt verduidelijking over de “verplichtingen van staten met betrekking tot klimaatverandering” onder internationaal recht.

Vanuatu beschouwt de tekortkomingen van bepaalde staten als “onrechtmatig”

De hoorzittingen begonnen op 2 november met een uiteenzetting van Vanuatu en de Melanesian Spearhead Group (MSG), bestaande uit Vanuatu, Nieuw-Caledonië, de Salomonseilanden en Papoea-Nieuw-Guinea. “De uitkomst van de historische procedures zal generaties lang weerklinken en het lot van landen zoals het onze en de toekomst van onze planeet bepalen”, zei Ralph Regenvanu, speciaal gezant voor klimaatverandering van Vanuatu. 

 “Onze delegatie is net terug van COP29 in Bakoe, waar we opnieuw getuige waren van het falen van het proces. Het is onbegrijpelijk dat er tijdens COP geen overeenkomst is bereikt over emissiereductie”. Ralph Regenvanu wees erop dat de emissies in 2023 een recordniveau bereikten

Vanuatu, een eiland in de Stille Oceaan bedreigd door klimaatverandering, was de belangrijkste initiatiefnemer van het verzoek van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aan het Internationaal Gerechtshof. “Het feit dat een handvol landen met grote emissies hun verplichtingen niet nakomen, is een internationaal onrechtmatig feit (…),” zei Arnold Kiel Loughman, procureur-generaal van Vanuatu. 

“Samen hebben zij catastrofale schade veroorzaakt (…). Hoe kan gedrag dat de mensheid op de rand van de afgrond brengt en het voortbestaan van hele bevolkingsgroepen bedreigt, wettig zijn en zonder gevolgen blijven?

Kleine eilandstaten bedreigd door “volledige overstroming”

Op 12 december sloot de Alliantie van Kleine Eilandstaten (AOSIS) zich aan bij het betoog van Vanuatu en andere eilandstaten, zoals Grenada en de Cookeilanden. Ze stelden dat “in een tijdperk van ongeziene en voortdurende zeespiegelstijging, het internationaal recht moet evolueren om de klimaatcrisis en de onevenredige gevolgen ervan voor kleine eilandstaten in ontwikkeling aan te pakken”.

AOSIS verenigt 39 kleine eilanden en laaggelegen kuststaten die bijzonder kwetsbaar zijn voor kusterosie en zeespiegelstijging. De alliantie wees erop dat 28 kleine eilandstaten in ontwikkeling een verklaring hebben ingediend bij het Hof, wat neerkomt op een kwart van alle documenten die bij deze procedure zijn ingediend. 

De alliantie vroeg het Hof om “de plicht tot samenwerking te erkennen als een algemeen principe van het internationale milieurecht”, dat betekent ook technologische en financiële steun; “de plicht van staten om de stabiliteit van maritieme gebieden te erkennen”; en het principe van “de continuïteit van de staat” te bevestigen voor gebieden die getroffen worden door klimaatverandering, “ondanks de fysieke verandering of volledige overstroming van het grondgebied van een staat door klimaatgerelateerde zeespiegelstijging”. Het doel: het voortbestaan van staten behouden, zelfs wanneer hun grondgebied verdwijnt.

Brazilië benadrukt historische en gedifferentieerde verantwoordelijkheden

Brazilië, gastland van COP30 in 2025 in Belém, wees op de catastrofale gevolgen van klimaatverandering binnen zijn grenzen: ernstige droogtes in het noorden, zware regenval en overstromingen in het zuiden en bosbranden in het Amazonegebied, de Cerrado en de Pantanal. 

Brazilië benadrukte de ambitie van hun nieuwe nationale klimaatbeleid, namelijk de nationaal bepaalde bijdrage (Nationally Determined Contribution of NDC). Het doel is een emissiereductie van 59% tot 67% tegen 2035 ten opzichte van 2005. Dat ondanks het feit dat Brazilië een “ontwikkelingsland” is, met een 89e plaats op de Human Development Index (HDI) en prioriteit legt op armoedebestrijding. 

“De betrokkenheid van Brazilië, die tot uiting komt in hun nieuwe NDC, gaat veel verder dan wat redelijkerwijs verwacht kan worden, op basis van onze historische verantwoordelijkheid voor de wereldwijde temperatuurstijging”, zei Luiz Alberto Figueiredo Machado, speciaal gezant voor klimaatverandering.

Brazilië benadrukte de “historische verantwoordelijkheid” voor de uitstoot van broeikasgassen, evenals het principe van “gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten” van staten. 

“Elke natie moet bijdragen aan de strijd tegen klimaatverandering op basis van zijn economische en sociale capaciteiten en zijn historische rol in wereldwijde emissies (…). Klimaatrechtvaardigheid vereist dat landen met de hoogste historische emissies die het mondiale koolstofbudget blijven uitputten, een grotere verantwoordelijkheid dragen in de strijd tegen klimaatverandering”.

China pleit voor naleving van het Akkoord van Parijs zonder nieuwe wetten op te stellen

China, een van de grootste uitstoters van broeikasgassen, hoopte dat het Hof “zich zal richten op de bepaling en verduidelijking van de lex lata (huidige wet) en zich zal onthouden van de ontwikkeling en toepassing van de lex ferenda (toekomstige wet)”.

China is van mening dat het VN-Klimaatverdrag, het Kyoto-protocol en het Akkoord van Parijs de juridische basis vormen voor wereldwijd klimaatbeheer. 

Net als Brazilië profileert China zich als een ontwikkelingsland en benadrukt het land het principe van gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden.

Het Akkoord van Parijs “erkent dat ontwikkelingslanden meer tijd nodig hebben” om koolstofneutraliteit te bereiken, zei Xinmin Ma, juridisch adviseur bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De doelstellingen van het Akkoord van Parijs “vertegenwoordigen gezamenlijke politieke engagementen en geen concrete wettelijke verplichtingen”. 

Verder stelt China dat “ontwikkelde landen de plicht hebben om hun historische verantwoordelijkheid te nemen: IPCC-rapporten tonen aan dat hun historische emissies de voornaamste oorzaak zijn van de huidige klimaatcrisis en onrechtvaardigheid”.

Bestaande verdragen zijn volgens de Verenigde Staten niet juridisch bindend

Als tweede grootste uitstoter van broeikasgassen erkenden de Verenigde “de klimaatcrisis als een van de ernstigste uitdagingen waarmee de mensheid ooit is geconfronteerd.” Dat zei Margaret Taylor, juridisch adviseur bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, in haar inleiding. (…) Om die uitdaging aan te pakken, is wereldwijde actie en samenwerking nodig van alle staten, en vooral van de grootste uitstoters van broeikasgassen”.

Net als China dringen de Verenigde Staten erbij het Hof op aan om “ervoor te zorgen dat zijn advies de centrale rol van het regime behoudt en bevordert” zoals vastgelegd in de VN-verdragen. De verdragen zijn volgens de VS echter niet juridisch bindend: “Een partij schendt het Akkoord van Parijs niet als zij haar nationaal bepaalde bijdrage (NDC) niet behaalt. Dat blijkt duidelijk uit artikel 4.2 van het Akkoord van Parijs, waarin staat dat de NDC van elke partij wordt omschreven als iets dat zij ‘van plan is te bereiken’.”

De Verenigde Staten verwerpen ook het belang van gedifferentieerde verantwoordelijkheden: “Ik wil benadrukken dat de ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten’ geen fundamenteel principe zijn van het Akkoord van Parijs, noch een principe van internationaal gewoonterecht, noch een algemeen rechtsprincipe”, voegde Margaret Taylor toe.

Tot slot stellen de Verenigde Staten dat “de wereldwijde klimaatcrisis alleen opgelost kan worden door internationale samenwerking”

De EU wil geen “schendingen”

Verschillende Europese landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Spanje, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, namen deel aan de hoorzittingen. Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden gaven op 4 december een gezamenlijke presentatie. 

André Bouquet, juridisch adviseur bij de juridische dienst van de Europese Commissie, verwoordde het standpunt van de Europese Unie (EU) als volgt: “Ten eerste herinnert de Europese Unie aan het intrinsiek niet-tegenstrijdige karakter van de adviesprocedure bij het Hof. Als zodanig mag dat niet leiden tot de conclusies over bewezen of zelfs waarschijnlijke schendingen door staten of groepen van staten”. 

De EU herhaalt, net als China en de VS, “de centrale rol van het VN-Klimaatverdrag en het Akkoord van Parijs.”

Het Hof zal over een paar maanden advies uitbrengen. Het advies zal niet bindend zijn maar wel invloed hebben op het internationaal recht en het klimaat. 

NUTTIGE LINKS

Fotobijschrift 

  • Iles Cook : © UN Foto/CIJ/Frank van Beek

Meest recent