Gendergelijkheid: kleine salarisverschillen in België, Italië en Luxemburg

Hoe ver staat de Europese Unie (EU) op het vlak van gelijke lonen voor mannen en vrouwen, 30 jaar na de Vierde wereldvrouwenconferentie in Peking? Op die belangrijke bijeenkomst in 1995 beloofden landen “gelijk loon voor gelijk werk” te garanderen. Maar met nog maar vijf jaar te gaan voor de deadline van de Agenda 2030 is nog geen enkele van de indicatoren in SDG 5 over gendergelijkheid bereikt.

Vrouwen verdienen gemiddeld 12% minder dan mannen in de EU

Volgens Eurostat verdienen vrouwen in de EU 12% minder dan hun mannelijke collega’s wat bruto uurloon betreft. De EU boekt gestage vooruitgang: de loonkloof bedroeg in 2019 13,7%. De VN schat de gemiddelde loonkloof wereldwijd op 23%: vrouwen verdienen voor gelijk werk slechts 77% van het loon van mannen.

In Frankrijk verdienden vrouwen in 2023 12,2% minder dan mannen op het uurloon, vergeleken met 12,5% in Nederland, volgens Eurostat.

Binnen de EU zien we de grootste ongelijkheden op het gebied van bruto uurloon in Oostenrijk (18,3% in het voordeel van mannen), Tsjechië (18%), Hongarije (17,8%) en Duitsland (17,6%).

België, een van de landen met de kleinste loonkloof 

De kleinste verschillen zijn er daarentegen in Roemenië (3,8%), Italië (2,2%), België (0,7%) en Luxemburg (-0,9%). Het Belgische statistiekbureau Statbel benadrukt dat dit verschil tussen mannen en vrouwen in België in 2013 nog 7,5% bedroeg en sterk varieert naargelang de generatie.

Het is negatief voor de leeftijdsgroep onder de 25 jaar, waar vrouwen 0,2% meer betaald krijgen dan mannen (cijfers voor 2022). “Vervolgens neemt het loonverschil met de leeftijd sterk toe, tot 4,4% voor 35-44-jarigen en zelfs 8,5% voor 55-64-jarigen”, volgens Statbel.

In Italië, een klein verschil in uurloon, maar niet in maandloon

Italië onderscheidt zich van de andere Zuid-Europese landen met een klein verschil in bruto-uurloon (2,2%), vergeleken met 13,6% in Griekenland, 9,2% in Spanje en 8,6% in Portugal, volgens Eurostat.

Gianni Rosas, directeur van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) voor Italië en San Marino, verklaart aan UNRIC dat VN-schattingen van de loonkloof tussen mannen en vrouwen, berekend door de IAO, een algemene kloof van 6,2% in het voordeel van mannen in Italië aantonen, uitgedrukt in uurloon.

“Wanneer rekening wordt gehouden met de maandlonen, bedroeg de loonkloof tussen mannen en vrouwen onder volwassen werknemers volgens berekeningen van het Italiaans Nationaal Instituut voor de Statistiek 16,7% in 2020”. Dit cijfer belicht een werkelijkheid die deels het grotere gebruik van deeltijdwerk onder vrouwen weerspiegelt, waar de helft van hen niet voor kiest, en een aantal extra loonvoordelen die mannen bevoordelen ten opzichte van vrouwen, vooral voor werknemers met gezinsverantwoordelijkheden.

Naast het nationale gemiddelde varieert de loonkloof tussen mannen en vrouwen sterk per sector, beroep, leeftijd en afkomst.

“De studie die we momenteel uitvoeren voor Italië laat bijvoorbeeld zien dat in de horeca de maandelijkse loonkloof tussen mannen en vrouwen oploopt tot bijna 24%, met een piek van 37% voor laaggeschoolde werknemers, voegt Gianni Rosas toe. De kloof varieert ook op basis van persoonlijke kenmerken zoals leeftijd en afkomst. Migrantenvrouwen worden bijvoorbeeld dubbel gestraft: op basis van hun afkomst, omdat de loonkloof tussen migranten- en nationale werknemers bijna 30% bedraagt, en vanwege hun geslacht, aangezien migrantenvrouwen gemiddeld 12% minder verdienen dan hun mannelijke collega’s.”

Luxemburg, het enige EU-land dat een gelijkheid in bruto-uurloon heeft bereikt

Het Groothertogdom Luxemburg is het enige land in de EU dat een uitzondering vormt, omdat het loongelijkheid heeft bereikt, met een kloof van -0,9% ten gunste van vrouwen in 2023 volgens Eurostat. De vooruitgang is snel gegaan: de kloof was in 2006 nog 10,7% in het voordeel van mannen, en daalde naar 1,4% in 2018.

De officiële statistieken van Luxemburg (STATEC) nuanceren dit succes echter: “De kloof (…) is nog steeds in het voordeel van mannen als het gaat om jaarsalarissen, aangezien een klein percentage van de mannen zeer hoge salarissen en bonussen verdient, en vrouwen vaker deeltijds werken.”

Ook het Comité voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) verwelkomde in zijn recente beoordeling van Luxemburg op 7 februari 2025 de beëindiging van de loonkloof, maar merkte op dat er nog steeds armoede bestaat onder werkende vrouwen.

Een experte wees erop dat ondanks het BBP per inwoner, dat het hoogste is in de EU, Luxemburg een armoedepercentage van 13,5% heeft onder werkende vrouwen, dat vooral eenoudergezinnen treft. Bijna een op de drie vrouwen (30,9%) werkt deeltijds, tegenover 7,1% bij de mannen: deze wanverhouding, en het feit dat vrouwen minder jaren werken dan mannen wegens moederschap, heeft uiteindelijk een invloed op de bedragen van de pensioenen, benadrukte ze.

NUTTIGE LINKS:

Meest recent