
Heeft Israël het recht om een VN-organisatie te verbieden in de bezette Palestijnse gebieden te werken? De VN heeft het Internationale Gerechtshof (ICJ) gevraagd hierover te oordelen. 45 landen en internationale organisaties hebben hun schriftelijke verklaringen ingediend in de aanloop naar de hoorzittingen die op 28 april in Den Haag beginnen.
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft het Hof om een advies gevraagd naar aanleiding van het verbod dat Israël op 28 oktober 2024 heeft uitgevaardigd tegen de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA), zowel op Israëlisch grondgebied als in de bezette Palestijnse gebieden.
In de resolutie die op 19 december 2024 werd aangenomen, werd het ICJ gevraagd om duidelijkheid te vragen over “de verplichtingen van Israël, als bezettingsmacht en lid van de Verenigde Naties, met betrekking tot de aanwezigheid en activiteiten van de Organisatie (…) in de bezette Palestijnse gebieden”.
Die wet van het Israëlische parlement om UNRWA te verbieden is ongezien in de geschiedenis van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Ze is strijdig met het Verdrag van 1946 inzake de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties, waar Israël bij aangesloten is.
UNRWA vastbesloten om activiteiten voort te zetten
Tijdens een persconferentie in Brussel op 26 maart verklaarde Juliette Touma, Directrice Communicatie van UNRWA, dat de organisatie onder “toenemende druk” staat om haar activiteiten te staken. UNRWA blijft echter ter plaatse en blijft gezondheidszorg, onderwijs en humanitaire hulp bieden. “Tijdens het staakt-het-vuren in Gaza, van 19 januari tot 2 maart, heeft UNRWA voedsel bezorgd aan 2 miljoen mensen in Gaza en schuilplaatsen heropend”.
Het verbod op UNRWA is niet zonder gevolgen. Het meest recente voorbeeld dat Philippe Lazzarini, Directeur van UNRWA, aanhaalde, is dat op 8 april Israëlische ambtenaren van de gemeente Jeruzalem, vergezeld van veiligheidstroepen, met geweld zes UNRWA-scholen in Oost-Jeruzalem zijn binnengedrongen om hun sluiting binnen de 30 dagen te bevelen.
Ongeveer 800 meisjes en jongens zijn zo direct getroffen en kunnen waarschijnlijk hun schooljaar niet afmaken, en dat terwijl UNRWA-scholen worden beschermd door de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties. “De onwettige sluitingsbevelen komen in de nasleep van wetgeving van de Knesset die de activiteiten van UNRWA wil beperken,” zei Stéphane Dujarric, de woordvoerder van de Secretaris-Generaal, tijdens een persconferentie op 9 april.
45 staten en internationale organisaties hebben schriftelijke verklaringen ingediend
Onder de 45 staten en internationale organisaties die in het kader van deze procedure schriftelijke verklaringen hebben ingediend, zijn de Secretaris-Generaal van de VN en de belangrijkste betrokken partijen, Israël en Palestina.
Drie grootmachten, de Verenigde Staten, de Russische Federatie en China doen ook mee, naast belangrijke partijen in het Midden-Oosten: Egypte, Jordanië, Koeweit, Qatar, Iran, de Liga van Arabische Staten en de Organisatie van Islamitische Samenwerking (OIC).
Elf Europese landen – België, Spanje, Frankrijk, Hongarije, Ierland, IJsland, Luxemburg, Noorwegen, Nederland, Polen en Slovenië – hebben ook een schriftelijke verklaring gestuurd.
Andere procedures over Israël en Palestina bij het Internationaal Gerechtshof
Onder de staten die geïnteresseerd zijn in deze adviesprocedure bevinden zich verschillende van de 15 landen die hebben aangegeven – in een aparte zaak – deel te willen nemen aan de klacht van Zuid-Afrika bij het Hof tegen Israël wegens genocide in Gaza. Hieronder behoren België, Spanje en Ierland, maar ook Turkije, Chili en Bolivia.
Het Hof heeft Israël op 24 mei 2024 in het kader van deze zaak gevraagd om zijn militaire operatie in Rafah op te schorten, een bevel dat Israël niet heeft opgevolgd. De procedure loopt nog steeds.
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties had het ICJ in december 2022, vóór het huidige conflict, om een ander advies gevraagd over “de juridische gevolgen van het beleid en de praktijken van Israël in de bezette gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem”.
In februari 2024 werden historische hoorzittingen gehouden, waaraan een recordaantal van 52 landen en drie internationale organisaties deelnamen. In zijn advies van 19 juli 2024 oordeelde het Hof dat het beleid en de praktijken van Israël in de bezette Palestijnse gebieden, gedefinieerd als “een enkele territoriale eenheid (…) bestaande uit de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza”, niet in overeenstemming zijn met het internationaal recht.
Die illegale activiteit vereist van Israël “dat het zo snel mogelijk een einde maakt aan zijn aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden (…) en dat het alle schade veroorzaakt door zijn internationaal onrechtmatige daden volledig vergoedt aan alle betrokken natuurlijke of rechtspersonen.”
Dit advies, dat niet juridisch bindend is, vormt een aanvulling op de bestaande rechtspraak en geeft een indicatie van de richting van de toepassing van het internationaal recht.
NUTTIGE LINKS
Juli 2024 – International justice: the ICJ demands “the end of Israel’s presence” in the Occupied Palestinian Territory
Juni 2024: Zuid-Afrika vs Israël: 12 landen willen aansluiten bij de zaak voor het Gerechtshof
Mei 2024 – Internationaal Gerechtshof: “Israël moet militair offensief stoppen”
Februari 2024 – oPt: Last Days of Hearings at the International Court of Justice
Februari 2024 – Occupied Palestinian territories: first days of hearings at the ICJ
Januari 2024 – Internationaal recht: Zuid-Afrikaanse klacht tegen Israël wegens “genocide” in Gaza
November 2023 – Israël-Palestina: de rol van het internationaal recht
